Een Hoge Hoed met een verhaal

Hoendervangers

Ik liep tegen een hoge hoed aan zeg maar, althans de doos. 

Alle dozen maak ik open omdat ik nieuwsgierig ben naar wat erin zit of gezeten heeft. Zo ook deze keer. Wat ik aantrof was een hoge hoed, handgemaakt en in goede staat. De naam van de eigenaar stond erin en ik schatte het geheel al in als komend uit de jaren 20.

  

   

Het mottenballenzakje zat ook nog onderin de doos. Ik vermoed nu dat het een hoed is die gedragen werd bij plechtige gelegenheden en uitvaarten. Het gaat vermoedelijk om een zijden exemplaar.

Eenmaal op zoek kwam ik het fascinerende verhaal tegen van de Fa. Hoendervangers, van oudsher makers van hoeden en petten in Tilburg. Deze hoed is afkomstig uit de jaren 20 winkel aan de Zomerstraat no 9, nu Heuvelstraat. Hieronder een stukje geschiedenis van een beroep dat overging van vader op kind. En ja, de eerste hoedervangers waren letterlijk hoedervangers:

Akte 1525 de eerste vermelding "Hoendervanger"

“Van dat Cornelis de Hoendervanger met zijnen medegesellen de doren haghe opt hof rontomme den bogaert geleed en gevlochten hebben van lichte af tot op de IIII de dag van Meerte DNA anno (15)24 ierst Cornelis voorscreven XII 1/2 daig en wint sdaechs III stuivers loept IX st III d; Heijn oom XII daich ende adriaan de cnape XII 1/2 daich en winnen elx sdaegs 2 stuivers loopt XLIstuivers gelijct al naerder blijct bij de cele geteijkent bij Huibrecht de Bastert als Castelijn also daeraf ..... “

De naam Hoendervanger verwijst naar een beroep en dit is terug te vinden in de zelfde rekeningen. Regelmatig vinden we vermelding van geleverde dode veldhoenderen van 1 stuiver per stuk. Ook worden er hoenderen gehouden op Goed Smallebeke.

Cornelis de Hoendervanger wordt vermeld samen met zijn zoon Adriaan en beiden vinden we terug tot de domeinrekeningen stoppen rond 1575. Dit is in het begin van de tachtigjarige oorlog. Door alle oorlogshandelingen is het Wouwse land ontvolkt en is er geen registratie van de domeinen. Pas begin 17de eeuw duikt de naam terug op in de omgeving van Essen/Nispen.

Alle heden ten dage wonende inwoners van West Brabant met de naam Hoendervangers zijn terug te verwijzen naar deze eerste stamvaders. Ook afgeleide namen zoals Hoendervanger, Hoendervangher, Hoen en Hondevanger zijn terug te herleiden naar deze personen. Deze namen zijn onstaan door verschrijvingen van de naam door pastoors en ambtenaren. Midden 19de eeuw zijn onze naamgenoten uitgewaaierd, o.a. naar Midden Brabant. Zoals ook Cornelis Hoendervangers in 1870. 

 

Cornelis Hoendervangers 1851-1914              

 De firma Hoendervangers is een familiebedrijf bij uitstek waar het beroep van pettenmaker en de verkoop van hoeden en petten van generatie op generatie zijn overgegaan. Drie generaties omvat de zaak die opgezet is door de in 1851 in Steenbergen geboren Cornelis Hoendervangers.

Omstreeks 1870 is hij bij kleren- en pettenmaker Johannes de Bont in de Heuvelstraat in de leer gegaan. Op 18 december 1871 vertrekt hij weer naar West Brabant om op 24 mei 1876 vanuit Zevenbergen op het zelfde adres bij de Bont in Tilburg terug te komen. Hij is dan nog steeds kleermaker maar al vrij spoedig verhuist hij naar de Koningsstraat N 50, een straat die een verbinding vormde tussen het Willemsplein en het Piusplein. Hij staat dan vanaf 1877 ingeschreven als pettenmaker.  Nog vóór 1890 verhuist Cornelis Hoendervangers met zijn vrouw Anna Maria Muller (1847) naar het Piusplein waar ook een magazijn voor zijden hoeden en kinderhoeden werd gevestigd.

In 1888 heeft hij daar een perceel bouwgrond gekocht. Op die grond komt het nu nog steeds bestaande pand tot stand. Aanvankelijk gaat het om één pand Piusplein nummer 18 met aan de linkerzijde een poort met doorgang naar de achterplaats. Het verhaal wil dat Hoendervangers hier “avant la lettre”, een stadsparkeerplaats bij de zaak had. De klanten konden met paard en kar of koets binnenrijden om die daar te stallen. Bij een verbouwing is de brede doorgang verdwenen. 

Johannes Cornelis (1882)

De beide zonen treden in het voetspoor van hun vader en worden pettenmaker, een dochter wordt modiste, een beroep wat waarschijnlijk in die tijd anders genoemd werd en wat tegenwoordig staat voor het ontwerpen en maken van dameshoeden. Omstreeks de eeuwwisseling zit er voldoende broodwinning in de hoeden en petten getuige ook het feit dat de oudste zoon Johannes Cornelis (1882) op 30 april 1909 voor zichzelf begon in de Zomerstraat, tegenwoordig Heuvelstraat. Ondanks het feit dat er meerdere hoeden en pettenwinkels in Tilburg waren was er blijkbaar voldoende klandizie, maar iedereen droeg ook een hoed of pet in die tijd getuige ook deze foto op de Markt en die uit 1925 voor het Stadhuis.

 

 

Diverse accessoires van de hoeden en pettenwinkel. De houten kisten die gebruikt werden voor de zichtzendingen naar de klanten, de zijden hoed en de bijpassende koffer om die mee te nemen naar een begrafenis.

De specifieke hoed die aangeboden wordt op onze site is in verbazingwekkend goede staat en compleet. Voor de afmeting zie beschrijving en foto's bij het product.

          

Bronnen

http://www.chapeaux.online/

Een Hoge Hoed met een verhaal
Back to blog